Invloed CIA en inlichtingsdiensten

Invloed CIA op de wereldmacht

In de WOII werd het duidelijk dat Amerika een betere inlichtingendienst nodig had waarbij samenwerking nodig was met het (Atlantische) westen om zich beter te bewapenen tegen het communisme.

De CIA (Central Intelligence Agency) is een belangrijkste financiers van de Bilderberg Conferenties (Walter Bedell Smith). De CIA gaat onder meer over het verduisteren van illegale geldstromen, belastingontduiking van grote bedrijven en rijke families waardoor illegale geheime operaties ongezien uitgevoerd kunnen worden. De geheimhoudingsplicht van Banken in bijvoorbeeld Zwitsersland (BIS en centrale Zwitserse banken) maakte het mogelijk om veel illegale gelden weg te sluizen. Met geldcreatie uit lucht konden centrale banken op een vrij eenvoudige maar ondoorzichtige wijze geld uit het niets bij printen en de internationale geldstromen domineren.

Maar de CIA gaat vooral over moordaanslagen, spionage, marteling, afluisteren burgers, opkopen kranten, inhuren nazi’s voor informatie etc.

De CIA is in de Tweede Wereldoorlog opgericht als inlichtingendienst voor de Amerikaanse Staat. In 1947 werd de CIA via de national security act in staat gesteld om de veiligheid van de Amerikaanse Staat te waarborgen (President Truman). De onvoorziene aanval op Pearl Harbor was de aanleiding voor de oprichting van de CIA. De CIA richt zich op counterterrorisme (war on terror), non-profileratie van massavernietigingswapens, informeren van Amerikaanse bestuurders en Counter intelligence (spioneren andere inlichtingendiensten, Cuba, China, Rusland, Iran en Israël). Complottheoristen beweren zelfs dat de voorloper van de CIA opgericht is vanuit het fascistische nazi regime Duitsland waarbij senator Prescott Bush een grote rol heeft gespeeld (o.a. financiering naziregime). De activiteiten van de CIA zijn ook vergelijkbaar: spionage, inhuren nazi’s, propaganda (mockingbird), marteling, specifieke operaties, controle burgers etc.). George H. Bush sr. werd in 1976 hoofd van de CIA.

Momenteel houdt de CIA zich steeds meer bezig met cybercrime (hackers, digitale fraude, spionage etc.) en de War of terror. De CIA is veelvuldig negatief in het licht gekomen met inhumane ondervragingsmethodes (waterboarding), menselijke experimenten, doelmatige executies, gevangenen naar andere landen uitzetten om ze te martelen, schending privacy rechten burgers, training militanten die opgeleid werden om burgers te vermoorden. Na verloop van tijd zijn de kosten en activiteiten van de CIA steeds meer toegenomen. De activiteiten van de CIA zijn vergelijkbaar met de geheime dienst van het Verenigd Koninkrijk (MI6 of Secret Intelligence Service) of de Mossad in Israël. In en na de Tweede wereldoorlog steeg de behoefte naar een centraal georganiseerd inlichtingensysteem. Na de Tweede Wereldoorlog werd de CIA steeds belangrijker door de koude oorlog met de Sovjet-Unie. Alle informatie was nodig. De CIA schuwde het inhuren van nazi’s, oorlogsmisdadigers en ex-moordenaars niet. Ook werd de achtergronden van informanten nauwelijks gecheckt. Er werd steeds meer gebruik gemaakt van dubbelspionnen die soms succesvol waren maar vaak ook faalden om de juiste informatie te verkrijgen (zoals bij het Manhattan project om zo snel mogelijk een atoombom te bouwen). Ook was de CIA via Allen Dulles (hoofd CIA) betrokken bij geheime financiering via het Vaticaan en via politieke partijen van het herstel in Europa (als tegenhanger van economische vooruitgang Sovjet-Unie). Geld dat op dubieuze wijze naar duistere plekken verdween. Geld (200 miljoen) dat bedoeld was voor herstel in Europa en een waardevaste dollar verdween op bankrekeningen van rijke Italianen en Italiaanse politici via het Vaticaan. De CIA kon op deze wijze 25 jaar lang invloed kopen in Europese politieke partijen. Ook probeerde Dulles met de CIA Fidel Castro uit te schakelen door de maffia in te huren. Na de Tweede Wereldoorlog was de CIA vooral betrokken bij activiteiten in de koude oorlog waarbij het communisme zoveel mogelijk bestreden moest worden. Veel geheime CIA operaties faalden. In de Koreaanse oorlog was er veel misinterpretatie, misinformatie en overschatting van de aangeleverde informatie. Ook konden veel informanten de taal in Korea niet goed verstaan en vertalen. In China en Birma steunde de CIA ‘per ongeluk’ de gouden (heroïne) triangel. De CIA steunde het leger van generaal Li Mi in Birma tegen Mao, maar moest terugtrekken vanwege de slechte informatievoorziening en dubbelspion (radioman die werkte voor Mao). In Iran was de CIA betrokken bij militaire opstanden via general Zahedi om de roep voor meer Iraanse autonomie over de oliegelden in te perken. De militaire steun ontbrak (te weinig troepen) en Iran kreeg juist meer autonomie over de oliegelden. Vervanging presidenten in Guatemala via aankondiging persberichten  en de aankoop van 3  volledig bewapende P-47 Thunderbolts door de CIA (Operation Succes) via de Riggs bank. Vanaf 1949 steunde de CIA rechtse militaire coups  in Syrië om de Baath partij en de communisten te verdrijven. De coup mislukte en na de Suezcrisis vormde Syrië met Egypte de Verenigde Arabische Republiek. De CIA moest zich terugtrekken. In 1957 steunde de CIA de revolutie tegen Soekarno in Indonesië met wapens. Soekarno koos niet voor een partij in de koude oorlog. Achteraf had hij zich wel uitgesproken tegen het communisme. Toch probeerde de CIA Soekarno af te zetten. Het vertrouwen in de CIA werd al om geschaad, ook in de top (Allen Dulles, Foster Dulles en de president). De CIA zag in Congo het nieuwe Cuba en zond Mobutu miljoenen dollars om het presidentschap van Patrice Lumumba te dwarsbomen (kreeg steun van de Sovjet-Unie). Lumumba werd aan de Belgen uitgeleverd en geëlimineerd. Mobutu verrijkte zich met vele miljoenen via de Swiss Bank, bezat een hele vloot mercedes benz auto’s, terwijl de rest van de bevolking verhongerde. Mobutu kon dat in deze positie doen omdat hij steun kreeg van de CIA en openbaar zich tegen het communisme richtte. In 1960 schoot de USSR een U2-vliegtuig neer nadat de VS en de USSR op Camp David hadden afgesproken te stoppen met spionagevluchten over elkaars grondgebied. Eisenhower gaf de CIA later toch toestemming om vluchten uit te voeren. Moord op Generalissimo Rafael Trujillo in de Dominicaanse Republiek door wapenleveranties CIA. Inhuren van de Maffia door de CIA om Fidel Castro te vermoorden en tegelijkertijd het inhuren van een Cubaanse verbanneling op Cuba om Castro te vermoorden. Bij gebrek aan goede informatie en communicatie van de CIA mislukte beide operaties. De  Cubacrisis (varkensbaai crisis) was later een van de hoogtepunten (of dieptepunten) van de koude oorlog. Aanleiding waren de foto’s van U2’s (Operation Mongoose) van de gestationeerde lange raket opstellingen (2000 km) die een bedreiging vormden voor de Amerikaanse oostkust. In Indo-China nam de CIA deel aan het Tibetaanse programma (propaganda, politieke plots), paramilitaire programma en informatievoorziening van de Dalai Lama. De eerste missie in Vietnam vond plaats in 1954 (Saigon militaire missie). Daarvoor focuste de CIA zich op Laos. Eind jaren ’50 slaagde de CIA er niet in om Zuid Vietnamese agenten in Noord Vietnam te krijgen. Project Tiger faalde omdat kapitein Do Van Tien een dubbelspion bleek te zijn voor Hanoi. De CIA agenten waren ook betrokken bij het bekendste afluisterschandaal: de Watergate affaire. CIA agenten onder verantwoording van Nixon vermomd als loodgieters luisterde in het Watergate kantoor de Democratische partij af. De Watergate affaire leidde het aftreden van Nixon in. Na het schandaal haalde Kissinger (hoofd CIA) de bezem door de inlichtingendienst. Veel geheime operaties werden openbaar gemaakt zoals het gebruik van LSD bij experimenten op mensen, het vermoorden van buitenlandse leiders, binnenlandse spionage activiteiten. Na de periode van Nixon (Gerald Ford) leidde George H. Bush de CIA en werd Donald Rumsfeld de staatssecretaris van defensie. Bush gaf onder het bewind van Ford toestemming tot meer actie binnen de CIA om de vermeende Russische militaire communisten in onder meer Angola een halt toe te roepen. In werkelijkheid daalde het aantal Russische militairen wereldwijd, omdat de Russische economie op instorten stond. De CIA stuurde de KGB ook bewust onjuiste ontwerpen van chips, space shuttles en software, wat leidde tot de explosie van een Siberische pijplijn. In Afghanistan de CIA financierde  via de Pakistaanse geheime dienst wapens waarmee de Mujahideen (latere Al Quada) zich konden verzetten tegen de Russische militairen. Uiteindelijk keerde de Mujahideen via Osama Bin Laden zich tegen Amerika. Complottheoristen vermoeden dat Osama Bin Laden in werkelijkheid Tim Osman is, een CIA agent. Deze contacten kwamen tot stand via de Bush-Bin Laden connecties in Saoedi Arabië (James R. Bath, Salem Bin Laden, Arbusto Energy). Met de naam Tis Osman (als CIA agent) kon Osama Bin Laden door heel Amerika reizen (langs alle militaire basissen). In 1985 stelde Reagan de national security Decision Derective 166 vast, waarbij steun verleend werd aan de Mujahideen tegen het communisme en de Russische invasie. De CIA en Amerika steunde hierbij het drugsbeleid (papaverteelt) in Afghanistan. De Mujahideen financierden de wapens en andere onkosten met deze papaverteelt (cocaïne/heroïne inkomsten, Golden Crescent drug trade). De contacten tussen Afghanistan en de CIA werden gelegd via de Pakistaanse inlichtingendiensten (bij Rawalpindi via Inter-Services Intelligent, ISI). De CIA trainde de Mujahideen in Guerilla oorlogsvoering via de moslim leer. De moslim leer werd aangevallen door de atheïstische communisten. De islam is een socio-politieke leer die de ongelovige troepen uit Moscou moesten bestrijden. Complottheoristen geven aan dat Al Qaida uitgevonden is door de CIA.

Complottheoristen geven ook aan dat Osama Bin Laden al vermoord was in 2001 door Omar Sheikh. Dat betekent dat Osama niet door Amerikaanse seals onder Obama omgebracht is (Operation Neptune Spear). Daar zijn dan ook geen duidelijke beelden van. Volgens Obama is Osama in het hoofd dood geschoten. Het lijk is meegenomen op een vliegdekschip en op zee begraven.

Andere geluiden over de dood van Osama worden in verband gebracht met nierfalen. Osama kon niet langer dan een paar jaar leven op een slecht werkende nier en een ontoegankelijk dialyse systeem in het Tora Bora berggebied. Na 2001 heeft de CIA nep video’s gemaakt van Osama om het terrorisme en de strijd tegen terreur in Afghanistan en Irak op te drijven.

Reagan trainde Nicaraguaanse contra’s in Honduras (onder het bewind van president Carter) tegen de communistische Sandinista in Nicaragua. Hoewel de senaat de activiteiten van de CIA inperkte gingen de CIA onder het mom van het creëren van voldoende veiligheid gewoon door, waarbij het congres veelvuldig misleid werd. De CIA werkte onder meer samen met de PLO via Hassan Salameh (hoofd inlichtingendiensten PLO), tot dat Israël Hassan vermoorde. Via Salameh kreeg de CIA veel informatie over moslim terroristen. In Libanon verkreeg de CIA informatie via Bashir Gemayel, lid van de Maronite sekte (christelijke religieuze beweging). Hezbollah moordenaars richtten zich o.a. op Amerikaanse spionnen en de Amerikaanse ambassade (bommen) vanwege de steun aan de Israëlische invasie in Libanon. In de Reagan periode werden wapens naar Iran (raketten) geruild voor gijzelaars en gevangenen (vaak informanten of spionnen). Reagan brak zijn eigen kernbeloftes: geen deals met terroristen en geen wapenleveranties aan Iran. De geheime wapenleveranties aan Iran voor gijzelaars staat ook wel bekend als de Iran-contra affaire. Tijdens de Iran-Irak oorlog had de CIA vooral spionnen in Iran geïnstalleerd. Hierdoor had de CIA weinig inzicht in de opkomst van Saddam Hoessein. President Bush sr. riep later de Sjiieten en Koerden op om zich te verzetten tegen Saddam Hoessein en de soennitische Baath partij. Militaire ondersteuning kregen ze niet en Hoessein kon het verzet op brute wijze (gifgas) pareren. Ook had de CIA geen informatie over het nucleaire programma van Saddam. Tijdens de val van de Sovjet-Unie was de CIA nergens op voorbereid. De CIA handelde de hele koude oorlog op basis van ideologie en politiek in plaats van feiten en harde cijfers. In de jaren ’90 bezuinigde de overheid op de CIA. De CIA was na een grote reorganisatie van schandalen en misinformatie nog lang niet in staat om de basisgarantie voor de nationale veiligheid te leveren. Onder president Clinton liet de CIA 6 van de 7 keer een aanvraag van Omar Rahman toe om naar Amerika te komen. Rahman plaatste bommen in de parkeergarage van het WTC. Hierdoor stierven 6 mensen en waren er duizenden gewonden. Ook negeerde de CIA tekenen van massamoord in Bosnië (Sebrenica). Onder het bevel  van Clinton pleegde de CIA een mislukte coup op het regime van Saddam Hoessein. Ook kon de CIA onder Bush sr. de humanitaire ingreep in Somalië niet aan. Door miscommunicatie en slechte informatie werd de missie een humanitaire ramp met 500.000 slachtoffers. Vanaf 1996 jaagt de Verenigde Staten al op Osama Bin Laden. Het is de CIA nooit gelukt om de juiste informatie over Bin Laden te krijgen. Condolozzaa Rize waarschuwde al voor mogelijke aanslagen op Amerika door Al Qaida en de inactiviteit van de CIA. In 2001 vonden de daadwerkelijke aanslagen ook plaats. In 1986 had de CIA al een counterterrorist centrum opgericht dat onderzoek doet naar de global war on terrorism. Vanaf 1996 lag de focus specifiek op Bin Laden waarbij gewapende drones over Afghanistan vlogen om Al Qaida leiders uit te schakelen. De CIA kreeg alleen nooit het Al Qaida netwerk goed in kaart bij gebrek aan goed opgeleid personeel. Na het instorten van de WTC gebouwen op 9/11 steeg het aantal aanvragen van sollicitanten weer. Alleen was het hoofdkwartier (WTC 7 gebouw) wel ingestort. Na 9/11 gebruikte de CIA verschillende omstreden methodes om Al Qaida uit te schakelen, waaronder drones en de vaccinatie programma’s (opsporen DNA). Vanaf 2004 werd de rol van de Director of National Intelligence groter met de Intelligence Reform and Terrorism Prevention act. Met deze executive order werd een aantal taken van de CIA overgenomen en kwam meer toezicht onder de ogen van de president (Bush jr.) op de CIA. In 2003 werd op basis van onjuiste informatie besloten in te grijpen in Irak. De informatie over massa vernietigingswapens werd verkregen onder dwang van marteling, de enige bron stond bekend als een leugenaar. Toch presenteerde Colin Powell deze informatie aan de Verenigde Naties met als doel Saddam Hoessein af te zetten, Irak te ontdoen van het fascistische bewind, voorkomen dat Irak massavernietigingswapens (chemische wapens) kon ontwikkelen en het uitschakelen van terrorisme (broeinest voor terrorisme). In 2011 werd Osama Bin Laden neergeschoten in Abbottabad (Pakistan) door de CIA Paramilitairen Operatives en de Naval Special Warfare Development Group onder bevel van Obama (Operation Neptune Spear). Vanaf 2015 de CIA is meer gericht op het verzamelen van digitale informatie om steeds de vijand voor te zijn (the Directotate of Digital innovation). De focus ligt meer op het bestrijden van cyber-terrorisme en het vergaren van informatie via cyber-spionage (tappen). Momenteel zijn er wederom grote schandalen aan het licht gekomen tussen Duitsland, Nederland en de VS. Merkel en Obama betichten elkaar van afluisteren. Nederland en de VS betichten van elkaar van afluisteren (Plasterk kwam in 2014 hierdoor nog in de problemen). De grote vraag is wie wie nu afluistert, is het zinvolle en bruikbare informatie en komt de privacy van miljarden mensen hierdoor niet in gevaar. De wikileaks openbaringen van Julian Assange en de openbaringen van Edward Snowden laten zien dat veel informatie niet op legitieme wijze in handen komt van de geheime diensten.

De CIA openbaarde een opeenvolging van mislukte missies op basis van miscommunicatie (tussen president en de CIA en tussen de FBI en de CIA), slechte informatie waardoor de eigen nationale veiligheid beschadigd werd, misbruik van autoriteit, vooringenomen aannames, ideologie waarbij iedereen die maar een beetje links was uitgeschakeld moest worden, mislukte coups of het vervangen van democratische regeringen voor militaire dictaturen. De CIA werd bijna een groter gevaar voor zichzelf en het land dan het de eigen veiligheid op basis van betrouwbare informatie kon garanderen. De CIA werd een losstaande politieke groep binnen de eigen regering met heel veel macht en financiële middelen, maar weinig positieve resultaten en grote schandalen, met veel interventiesen steun aan militaire dictaturen in o.a.:

Nicaragua (voor de oprichting CIA, 1854), Cuba (1898), Filipijnen (1898), Hawaï, Puerto Rico (1898), Honduras (1903), Panama (1907), Dominicaanse Republiek (1905/1907), weer Nicaragua (1909-1933), Mexico (1911), Haïti (1915), weer Honduras (1919,), weer Dominicaanse Republiek (1930, dictator Trujillo), weer Cuba (1940, dictator Batista), Iran (1953, omvallen gekozen president Mossadeq, installatie westerse Sjah), Guatamala (1954, steun militaire dictaturen), Cuba (1961, mislukte invasie CIA Varkensbaai), Congo (1960/1961, moord president door CIA, installatie dicatator Mobutu), Dominicaanse Republiek (1961, installatie rechts militair regime), Laos (1964, militaire interventie tegen Pathet Lao), Brazilië (1964, CIA steunt installatie rechtse militaire regering), Vietnam (1964, Vietnamoorlog), Bolivia (1964, VS steunt diverse rechtse staatsgrepen), Indonesië (1964, CIA steunt staatsgreep tegen vermeend communistische Soeharto), Cambodja (1970, CIA steunen staatsgreep rechtse generaal Lon Nol), Jordanië (1970, VS steunt Jordanië tegen strijd Palestijnen), Chili (1973, CIA steunt staatsgreep van generaal Pinochet tegen gekozen president Allendre, tot 1990 steun aan dictator Pinochet). Oost-Timor (1975, bezetting schiereiland door Indonesië via VS na onafhankelijkheidsverklaring Portugal over Oost-Timor, wat leidt tot een burgeroorlog), Angola (1976, steun CIA aanUNITA-rebellen in strijd tegen marxistische MPLA-regering), El Salvador (1977-1992, Steun VS aan regering en rechtse doodseskaders in strijd tegen linkse rebellen), Iran (1980, mislukte militaire actie met helikopters ter bevrijding gegijzelde VS-Burgers, later geruild voor wapens aan Iran), Nicaragua (1981-1990, steun VS aan rechtse contra’s tegen de linkse regering van de Sandinisten), Afghanistan (1981-1989, steun VS aan de Moedjahedien tegen communistische regering), Irak (1982-1988, wapenleveranties aan Saddam Hoessein in strijd tegen Iran), Panama (1983, VS helpt dubieuze president aan de macht), Libië (vergelding voor terreuracties, bombardementen op Benghazi en Tripoli), Iran (1988, neerschieten Iraans passagiersvliegtuig door een Amerikaanse kruiser), Colombia (1990, opleiden paramilitairen tegen drugsbaronnen en linkse rebellen, FARC), Soedan (1998, vergelding voor aanslagen Amerikaanse ambassade op medicijnfabriek), Afghanistan (2001, vergelding 9/11, bombardementen op de Taliban), Venezuela ( 2002, CIA steunt militaire staatsgreep tegen linkse Hugo Chavez), Irak, (2003, militaire ingreep VS, afzetten en executie Saddam Hoessein).