Millenniumwisseling, moslimterrorisme, toenemende polarisering, financiële en economische crises

Millenniumwisseling ‘00

Na de economische groeispurt in de jaren ’90 met groeicijfers boven de 4% nam de groei af. De internetzeepbel van onder meer World Online (Nina Brink/Storms) in Nederland, de huizenmarkt bubbel en de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 hebben grotendeels bijgedragen aan deze economische neergang.

De 9/11 aanslagen op het World Trade Center (Twin Towers) in New York en het Pentagon in Washington uitgevoerd en opgeëist door jonge Moslim terroristen (Osama Bin Laden, Taliban de oprichter van Al Qaida) gaf wereldwijd aanleiding tot de strijd tegen het (Moslim) terrorisme.

Volgens Al Qaida, de Taliban en andere fundamentalistische terroristische moslim groeperingen worden moslims onderdrukt door het Westen en verklaart Israël en het Westen daarmee de oorlog aan Allah en alle moslims. Het is daarom geoorloofd om aanslagen te plegen op iemand anders zijn grondgebied ter bescherming van je eigen geloof. De gewapende strijd tegen degene die de Islam bedreigen wordt ook wel Jihad genoemd. De aanslagen stonden aan het begin van de grote botsing tussen beschavingen  (C(l)ash of civilizations): de westerse democratische kapitalistische beschavingen tegen de fundamentalistische moslims. Het is de vraag in welke mate deze clash of civilizations ook daadwerkelijk een wereldwijde clash is. In welke mate wordt dit beeld in de media geframed en hoe ziet de realiteit er echt uit?

Na de koude oorlog vormt de culturele en religieuze identiteit de belangrijkste bron voor wereldwijde conflicten, aldus Samuel Huntington. De vrije markt economie van democratie en hyperconsumptie en een min of meer seculiere overtuiging stond pal tegen over de waarden van orthodoxe zeer gelovige moslims die niets moesten hebben van de waarden uit de verlichting (vrijheid, democratie en gelijkheid). Huntington ging daarmee diametraal in tegen de theorie van Fukuyama (einde van de geschiedenis van de mens) waarbij de westerse beschaving van kapitalisme en democratie als enige beschaving overbleef na het einde van de koude oorlog.

De strijd tegen een relatief nieuw ontdekte vijand beheerst wereldwijd grotendeels het tijdperk na de millenniumwisseling. Ook omdat deze ‘nieuwe vijand’ nu aanslagen pleegde op het westerse territorium. Voorheen speelde het strijdveld vooral af in het Midden-Oosten en het Afrikaanse continent. Na de 9/11 aanslagen vonden de terroristische aanslagen plaats in Bali (2002) Madrid (2004) en London (2005). In Nederland werd Theo van Gogh (2004) vermoord door Mohammed Bouyeri. Een groep radicaal islamitische jongeren worden aangehouden en veroordeeld voor het voorbereiden van terroristische aanslagen. Mohammed B. maakte deel uit van deze Hofstadgroep. Na de 9/11 aanslagen en de moord op Theo van Gogh verhevigde het debat rondom integratie en allochtonen. Het politieke en maatschappelijke debat werd heftiger en verdeelde de samenleving. Pim Fortuyn verzette zich als eerste tegen de ‘doorgeslagen islamisering’ in Nederland. De oververtegenwoordiging van ‘islamitische’ autochtone bevolking in de criminaliteitscijfers en de toename van allochtonen in bepaalde achterstandswijken van grote steden. Pim Fortuyn bekritiseerde de tolerantie en taboes van Paars (puinhopen) tegenover de fundamentalistische islam en de asociale ‘kut’ Marokkanen. Vooral de PVV (Wilders) profiteerde van de polarisatie en het gevoel van angst voor allochtonen en moslims.

De oorlog in Afghanistan (2001) tegen de Taliban is het directe gevolg van de 9/11 aanslagen. Daarnaast was het ook een strijd tussen de westerse beschavingen en fundamentalistische moslim bewegingen. In 2003 trok het Amerikaans-Engelse leger (Bush jr. en Blair) zonder steun van de VN, Irak binnen op verdenking van massavernietigingswapens, samenwerking met Al Qaida en om het terreurbewind (Baath partij) van Sadam Hoessein om ver te werpen.

De massavernietigingswapens en de relaties met Al Qaida zijn nooit gevonden. Naast economische (olie)belangen was het een strijd tussen de westerse (coalition of the willing) culturele waarden (vrijheid, democratie en welvaart) en de orthodox islamitische waarden (theocratie, overgave aan God, afkeer consumptiemaatschappij). Saddam Hoessein werd opgepakt en opgehangen, maar het land verkeerde nog in totale chaos met veel interne conflicten tussen het nieuwe Iraakse bestuur en verschillende islamitische terroristische groeperingen. De oorlogen in Irak en Afghanistan hebben vele slachtoffers en miljarden dollars gekost met maar zeer beperkte resultaten. Zowel Blair als Bush jr. hebben veel kritiek gekregen op de invasie in Afghanistan en Irak.

Na de millenniumwisseling breiden de conflicten tussen Israël, Libanon en de Palestijnen (PLO) uit. De Palestijnen riepen in de periode 2000-2005 de tweede intifida uit vanwege de uitbreiding van Joodse nederzetting, het mislukken van de vredes overleggen op Camp David en het niet nakomen van de Oslo-akkoorden. Daarnaast provoceerde Ariel Sharon de Palestijnen en moslims door de tempelberg te bezoeken. Later verliest de PLO zowel de verkiezingen als de opvolgende burgeroorlog van de meer extremere islamitische Hamas in de Palestijnse gebieden. Dit leidt tevens tot een voortdurende rakettenstroom vanuit de Gazastrook op Israël door Hamas.

In Iran komt in 2005 de radicale president Ahmadinejad aan de macht gesteund door de revolutionaire garde. Hij vormt samen met Noord-Korea (Kim Jong-Il) en Venezuela (Hugo Chavez) een anti-westers front. Met zijn atoomprogramma en afkeer van internationale toezichthouders vormt hij een grote bedreiging voor het westen.

De volksrepubliek China treedt toe tot de Wereldhandelsorganisatie en ontwikkelt zich tot economische reus. Wel blijft het westen van China erg achter. De welvaart in de oostelijke regio’s stijgt tot de westerse standaarden. Het agrarische binnenland blijft achter in de ontwikkeling. Ook nemen de spanningen toe aan de grensvolkeren. De boeddhistische Tibetanen en islamitische Oeigoeren verzetten zich tegen de Chinese dominantie.

In Europa wordt de Euromunt ingevoerd in 12 landen. In plaats van een Europese grondwet komt het verdrag van Lissabon met minder hoge ambities. In Italië en Frankrijk komen meer rechtse politici aan de macht respectievelijk Berlusconi en Chirac (in 2007 opgevolgd door Sarkozy). Het ‘immigrantenprobleem’ en de vraagstukken over globalisering staan in de meeste landen hoog op de agenda.

Rusland wordt onder leiding van Poetin in 2000 weer een autocratie. Poetin (voormalig KGB agent (luitenant-kolonel)) beperkt de vrijheid van meningsuiting en legt de macht van de media aan banden. Voor de ‘gewone’ Rus brengt Poetin wel stabiliteit en rust na de roerige jaren ’90 onder Jeltsin en Gorbatsjov. In de eerste regeer periode van Poetin (1999-2008) stegen de Russische lonen, halveerde de werkloosheid en steeg het welvaartsniveau van de Russen (door o.a. fiscale politiek en hoge wereldwijde olieprijzen). Rusland werd de grootste energie leverancier van de wereld door de nationalisatie van olie en gas (Gazprom) , maar ook enorm afhankelijk van deze energieleveranties (gas en olie).

De Russische Federatie ontwikkelt zich onder Poetin steeds meer tot het staatskapitalisme. De rijkste mensen die kritiek hebben op Poetin worden gearresteerd (president Yukos) voor belastingfraude. De oligarchen moesten na de privatiseringen (1995) steeds meer in de pas lopen van Poetin. Yukos werd geleid door Khodorkovsky, een pro-democratische hervormer die streefde naar corporate-transparancy, internationale samenwerking en zich keerde tegen corruptie. Na zijn arrestatie kwamen de aandelen van de voormalig rijkste man van Rusland in handen van Jacob Rothschild. Poetin heeft sterke banden met de grote oligarchen. Kritiek op Poetin wordt hard aangepakt.

Tegenstanders worden gearresteerd of ‘koud’ gemaakt (onafhankelijke media, oppositie partijen zoals ‘The other Russia, onder leiding van Kasparov). Ondanks de economische crisis in 2008 kon Poetin zich als premier (2008-2012), economisch redelijk herstellen door o.a. de grote oliereserves en sterke fiscale maatregelen. Medvedev werd in 2008 president van Rusland (in een tandemocratie) maar het gezag bleef in handen van Poetin (eerste minister). Deze ‘mogelijke frauduleuze’ tandemocratie constructie kon rekenen op veel weerstand bij de oppositie waardoor de oranje revolutie in o.a. de Oekraïne uitbrak. In 2012 won Poetin wederom de verkiezingen met zijn partij (Verenigd Rusland). Rusland veranderde langzamerhand in een orthodoxe zeer nationalistische masculiene anti homo staat.

Op 2 maart 2014 valt Rusland de Krim (Oekraïne) binnen en steunt openlijk de pro Russische bevolking in de Krim. Rusland ziet de Krim als onderdeel van het eigen grondgebied (en  Sebastopol is een belangrijke strategische havenstad aan de Zwarte Zee). Binnen de Oekraïne breekt een oorlog uit tussen de Russische separatisten (vooral Oost-Oekraïne gesteund door voormalige president Viktor Yanukovych) en de huidige regering van Oekraïne (oranje beweging en voorstanders van een onafhankelijke Oekraïne, meestal westers georiënteerd, geregeerd door Petro Porosjenko). De strijd in de Oekraïne is een voorbeeld van een proxy oorlog. Grote machten die hun strijd bevechten (koude oorlog) door kleinere groepering (regering onafhankelijke Oekraïne versus de pro-Russische separatisten) op een ander gebied (Oekraïne/Krim). De inval van Russische troepen op de Krim leidt tot wereldwijde economische sancties tegen Rusland. De oorlog in de Krim en Oekraïne wakkeren een nieuwe koude oorlog aan tussen de traditionele westelijke en oostelijke machten. Rusland voelt zich bedreigt en vernederd na de val van de muur en de toetreding van voormalige oost-bloklanden tot de NATO. Het westen tolereert de expansiedrift en dreigende taal van Poetin niet. Daarnaast is de economie van Poetin zeer eenzijdig en sterk afhankelijk van de energie politiek. Het westen krabbelt moeizaam uit een van de grootste economische crises van de laatste 100 jaar. Met name de EU krijgt veel kritiek van diverse nationalistische bewegingen binnen de EU. De EU stelt zich aan de ene kant niet sterk genoeg op (is altijd verdeeld), erg bureaucratisch en is aan de andere kant juist weer erg dominant en top-down georganiseerd (dictaten uit Brussel). Althans dat is de kritiek op de EU van deze nationalistische Eurosceptische bewegingen (Ukip, PVV, Front National, Vlaams belang, Lega Nord, FPO). Nederland wordt opgeschrikt door het ‘neerschieten’ van de MH17 vlucht met veel Nederlandse en Maleisische passagiers boven het oorlogsgebied in Oekraïne. Vermoedelijk hebben Russische separatisten ‘per ongeluk’ een lijnvlucht van Schiphol naar Kuala Lumpur boven het Oekrainse luchtruim neergeschoten met een buck-rakket.

Poetin kan makkelijk gebruik maken van een zwakke  en vaak verdeelde opstelling van de EU. Een zwakke EU, een energiepolitiek gebaseerd op gasleidingen o.a. in Europa (Nordstream) en China en een sterk daadkrachtige Russische politiek van verdeel en heers maakt Rusland en Poetin schijnbaar groter dan het werkelijk is. Namelijk een vrij zwakke eenzijdige economie, zeer afhankelijk van de energieprijs van olie en gas en afnemers van fossiele energie.

In Ijsland breekt de bankencrisis uit doordat de Landsbanki’s failliet gaat. In Ijsland is jarenlang de economie enorm gegroeid door durfkapitalisten, stijgende luchtvaart, toerisme, bouwsector en een enorm stijgende financiële sector. Naast de vele faillissementen door de crises (val Lehman Bros) komen er ook vele bedrijfsfraude gevallen aan het licht (Enron, Ahold en Shell).

Om te voorkomen dat grote banken verder omvallen koopt de Nederlandse staat de ABN AMRO en later de SNS Bank op. Ook pompt de staat vele miljarden in de grote banken (ING). Alleen de Rabo Bank blijft vrij van overheidsingrijpen. Later komt de Rabobank wel in de problemen door de manipulatie met de Libor tarieven. In 2009 tekent de DSB Bank voor het faillissement. Duizenden klanten komen in betalingsproblemen en blijken ondoorzichtige financiële producten hebben gekocht waar ze jarenlang aan vast zitten.

Nieuwe technologische ontwikkelingen richten zich steeds meer op gen- en nanotechnologie. Internet, google en Wikipedia zijn niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. Handelingen zoals het betalingsverkeer worden steeds meer gedigitaliseerd. De PC en computerspelletjes maken een steeds groter deel uit van de dagelijkse routine. De platte beeldschermen en smartphones worden vervangen steeds meer de oude beeldbuizen en de mobieltjes waar je alleen maar mee kunt bellen en sms’en.

In 2000 wordt het plan ruimte voor de rivier gepubliceerd om de toekomstige stijging van de zeespiegel beter te kunnen opvangen. In 2006 komt de documentaire ‘An inconvenient truth’ van Al Gore uit. Ook organiseert Al Gore Live earth waardoor er veel meer bekendheid komt over de opwarming van de aarde. De stijging van de olieprijs en het einde van de makkelijke winbare fossiele bronnen stimuleert de zoektocht naar alternatieve bronnen en besparingstechnologie.

De tweede klimaatgolf vanaf 2006/2007: vanuit een negatieve connotatie naar een positief discours over milieu, nieuwe klimaatpolitiek en nieuwe economische kansen.

Al Gore presenteert in 2006 in het Amsterdamse Tuschinski Theater: an inconvenient Truth. Ook presenteren het IPCC en het KNMI steeds meer wetenschappelijke artikelen over mondiale opwarming van de aarde. De wetenschap komt steeds meer met zekere uitspraken/claims over de stijgende opwarming van de aarde als gevolg van menselijke uitstoot van broeikasgassen. De interesse kwam meer te leggen op klimaat en iets minder op milieuvraagstukken.

De tweede klimaatgolf wordt gekenmerkt door meer bottom-up initiatieven, duurzame start-ups en meer beweging en klimaatbewustzijn van grote multinationals als KLM, Unilever, grote NGO’s als het WNF, nieuwe milieuorganisaties, ontwikkelingsorganisaties (kosten van klimaatverandering zijn het eerst merkbaar in ontwikkelingslanden) en grootschalige duurzame initiatieven van bijv. Urgenda (Urgente Agenda) en de opkomst van lokale energie coöperaties.

De overheid speelt een steeds minder belangrijke rol en van de overheid wordt ook steeds minder verwacht. Duurzaamheid wordt daarnaast in verband gebracht met nieuwe economische kansen, maatschappelijk verantwoord ondernemen en groene marketing (consumenten voelen zich goed bij groene duurzame producten en diensten). De hoeveelheid schone technologie en het aantal duurzame-doe-het-zelfers stijgt enorm en wordt gezien als grote economische kans in tijden van economische crises.

De link tussen consumentisme (economische groei) en het afnemen van biodiversiteit, de toename van vervuiling en het opsouperen van grondstoffen wordt steeds minder gelegd. Het is een periode waarin een groen optimisme de bovenhand kreeg en vooral gericht is op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Alleen VNO-NCW (werkgeversorganisatie van vooral grote energie-intensieve multinationals) onder leiding van Bernard Wientjes blijft zich fel verzetten tegen milieu- en klimaatmaatregelen.

Andere geluiden die juist wel streven naar duurzaam ondernemerschap zijn te horen in de vereniging ‘De Groene Zaak’. De tweede klimaatgolf bestaat grotendeels uit ecologische modernisering gesteund door een bredere groep, maar met een nog verder terugtrekkende overheid, gericht op oplossingen en minder op het communiceren van problemen.

De periode van de tweede klimaatgolf kent ook een ander verhaal. Een verhaal van polarisering tussen klimaatsceptici (op zich zijn wetenschappers altijd sceptici, maar zijn sceptici niet altijd wetenschappers) en klimaat alarmisten. Er komt kritiek op een aantal kleine foutjes uit het IPCC. Wetenschappelijke publicaties worden aangekaart als gefraudeerde stukken die er alleen op uit zijn om zoveel mogelijk geld binnen te slepen. De PVV stijgt in de peilingen na de dood van Pim Fortuyn en Theo van Gogh en ageert tegen alles wat met klimaatopwarming te maken heeft. Podia en media als climategate, de groene rekenkamer, de dagelijkse standaard, Elsevier, geen stijl en de Telegraaf krijgen in het publieke debat en de publieke opinie meer voet aan de grond.

Deze media zijn niet alleen sceptisch tegenover klimaatonderzoek maar ook sceptisch ten opzichte van wetenschap (maken vaak gebruik van pseudowetenschappelijke uitspraken) in het algemeen. Met de opkomst van de PVV polariseert ook het links-rechts debat langs klimaatsceptici en klimaat alarmisten. Waar voorheen klimaatpolitiek minder uitgesproken links of rechts was (Ed Nijpels, Winsemius) verscherpt het debat steeds meer in voor en tegenstanders van klimaatpolitiek.

Liberalen en conservatieven keren zich steeds meer tegen klimaatpolitiek omdat de eigen individuele levensstijl daarmee in het geding komt. Liberalen en conservatieven waren al tegen staatsingrijpen en een totalitaire staat. Maar zien klimaatpolitiek en ingrijpen ook als een bedreiging voor het kapitalisme en het neoliberale paradigma (de vrijheid om zoveel mogelijk te produceren en consumeren). Bovendien lost de markt alles op en is overheidsingrijpen betuttelend en vooral heel duur. Veel parallellen zijn te vinden in de strijd tegen wetenschap van creationisten (vaak ook conservatieven). Waarbij wetenschap en evolutiebiologie structureel in twijfel getrokken wordt. Darwinistische evolutionistische wetenschap gebaseerd op gemeenschappelijke afstamming past niet binnen de christelijke ideologie dat God alles ontworpen heeft en dient dus bestreden te worden.

De periode 2000-2010 kan worden gekenmerkt als een periode van groeiende polarisatie tussen links en rechts. Een verschuiving van vrij tolerante en liberale opvattingen uit de jaren ‘90 naar een toenemende angst voor moslims o.a. door de aanslagen op 9/11 in New York en Washington.

Een tweede grote wereldwijde economische en financiële kredietcrisis na de Beurskrach in 1929. Toenemende populisme zowel in de media als in de politiek (LPF, PVV, SP). Zichtbare negatieve effecten van deregulering en liberalisering in de maatschappij (zelfverrijking in de zorg, het onderwijs en de woningbouwcorporaties), de economie en vooral de financiële markten (bonuscultuur).

Na ‘10

De financiële, economische en kredietcrisis kun je goed terugvinden in de maatschappij. Aan de ene kant merken de mensen met vaste contracten op lagere lonen of bevriezing van de lonen na nog niet zoveel van de crises. Aan de andere kant vallen er veel ontslagen, gaan er veel bedrijven failliet, kunnen veel mensen moeilijk of niet rondkomen en staan veel hypotheken onder water.

Veel topmanagers in hoge managementlagen (Amarantis, Vestia, SNS Bank, Rabo Bank) liggen onder vuur door het uitkeren van hoge bonussen en zelfverrijking (Maserati’s dure huizen op eilanden etc.) terwijl veel andere burgers nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Bovendien gaat er veel Europees geld naar Cyprus, Griekenland en de zuidelijke Europese landen om banken te redden die op omvallen staan. Veel geld is internationaal verbonden door uitstaande internationale leningen onder grote internationale banken.

Deze banken hebben weinig eigen vermogen en lenen veel geld tegen hoge rentes waardoor men niet in staat is om de schulden meer af te lossen. In Griekenland (2010) en Cyprus (2013) is de economische crisis het beste waarneembaar. De Grieken hebben een economie die grotendeels gebaseerd is op corruptie (vervalsing nationale cijfers, belastingontwijking, omkoping ambtenaren etc.), afhankelijk is van een enorm staatsapparaat en een vrij eenzijdige economie hebben gericht op toerisme. Cyprus heeft een enorme financiële sector waarbij veel geld binnenkomt vanuit dubieuze Russische beleggers. Beide landen moeten op aanwijzingen van de Europese Commissie, IMF en de Europese Centrale Bank (Dijsselbloem) de economie hervormen (Trojka). Als tegenprestatie ontvangen beide landen miljarden aan leningen om de economie te hervormen. In Griekenland breken grote rellen uit onder meer aangevoerd door de extreem rechtse neonazistische partij de Gouden Dageraad die zich fel keert tegen immigranten en etnische minderheden. In veel landen neemt de afkeer van Europa en de Europese Unie toe. Europa wordt als log, bureaucratisch, bemoeizuchtig en verspilling van geld gezien. De afstand tussen het Europese bestuur en de Europese burger neemt toe.

De Europese regelgeving wordt veelal als hinderlijk en betuttelend gezien, maar de Europese burger weet ook niet wat er nu precies in de Europese Unie gebeurd en hoe het bestuur werkt. Binnen de Europese Unie (Commissie) vindt ook een strijd plaats tussen de federalisten (1 groot Europa), con-federalisten (een samenwerkend Europees continent met het behoud van eigen staten met eigen regelgeving) en afscheidingsbewegingen (non-federalisten/anti-Europa bewegingen). De non-federalisten worden vooral gekenmerkt door de rechts-populistische nationalistische partijen waarbij het belang van het eigen land voorop staat (Front-National, FPO, Vlaams Belang, Lega Nord, Ukip, Deense Volkspartij etc.). Naast deze rechtse partijen bestaat er ook Euroscepsis aan de linkerflank. De Europese Unie wordt door deze linkse partijen gezien als een neoliberaal project waarin vooral de markt een belangrijke rol moet spelen. In het neoliberale paradigma moet de Europese Unie zich vooral bemoeien met een groeiende interne markt en zich minder bemoeien met de samenleving in verschillende staten. Dat betekent dat vooral ondernemers en kapitalisten een kans krijgen en dat kwetsbare burgers het nog moeilijker krijgen. De linkerflank vreest een nog grotere tweedeling in de samenleving die ook zichtbaar is in landen als de Verenigde Staten.

In 2013 schrijft Thomas Piketty ‘het kapitaal in 21ste eeuw’. Een economische verslaglegging over de ongelijkheid van inkomsten en vermogen op dit moment. Het boek beschrijft de toenemende economische ongelijkheid in de economie en de samenleving en wordt wereldwijd een bestseller. Het boek beschrijft hoe rijkdom geconcentreerd wordt bij het allerrijkste gedeelte van de bevolking als het rendement op vermogen groter is dan het tempo van de economische groei.

Dit is het kenmerk van kapitalisme waarbij het opstapelen van vermogen op termijn leidt tot instabiliteit van de economie (Marxistische tweedeling). Inkomen uit  arbeid levert structureel minder op dan inkomen uit vermogen, waardoor een bovenklasse en een onderklasse ontstaat.

Wereldwijd zie je protesten tegen deze sociale en economische ongelijkheid groeien. Vanaf 2011 protesteren de occupy bewegingen met bezettingen van tentenkampen op beurspleinen en protesten tegen het grote ‘ondemocratische’ snelle geld van machtige multinationals en de toenemende financiële ongelijkheid in de samenleving (Occupy Wall Street). In alle landen verdwijnen deze occupybewegingen na ongeveer een jaar ‘bezetting’ weer van de straten en pleinen. Wel gaan ze vaak online verder.

Buiten Europa komen er na 2010 verschillende onderliggende groepen in de Arabische landen in opstand. Deze opstand wordt de Arabische Lente genoemd. De Arabische Lente wordt gekenmerkt door bottom-up bewegingen die zich keren tegen corruptie, onderdrukking, oneerlijk verlopen verkiezingen, prijsstijgingen, werkloosheid en gebrek aan politieke vrijheid. In vier landen worden de staatshoofden ten val gebracht (Egypte, Tunesië, Libië en Jemen). In Tunesië en Marokko krijgt het volk meer inspraak in de besluitvorming. In veel andere landen breken flinke rellen op het Tahrirplein (Egypte) of zelfs burgeroorlogen uit (Syrië). Maar in de meeste Arabische landen veranderde er nog niet echt heel veel. De Arabische Lente begon in Tunesië met een zelfverbranding van een Tunesische protestant. Maar het kruit voor het hele Midden Oosten en de Arabische landen ontstond door het opheffen van het Libische wapenembargo aan Kadhafi.

In een van de wapendepots in Libië, september 2011. Foto: Moises Saman/Hollandse HoogteIn de periode 2004 – 2007 kon Libië het verouderde wapenarsenaal vernieuwen met bijvoorbeeld 1.1 miljard euro aan wapens uit Europa (straaljagers, Italië, Helikopters, Frankrijk, kleine wapen, België, Communicatiesystemen, Groot-Brittannië, clusterbommen, Spanje, zwaar en klein militair apparatuur, Rusland). In elke Libische stad lagen tientallen wapendepots gefinancierd met oliedollars en verkregen via Europese wapenleveranties. Na de val van Kadhafi zijn deze wapens massaal geplunderd door jihaditische en niet-jihadistische rebellen. Door het ontbreken van een centraal gezag zijn al deze wapens verspreidt in de regio. Zo konden de Toearegs vrij onverwachts het Malinese leger verschalken.

Bron: Moncef Kartas

Wapensmokkel werd makkelijker dan ooit. Libië werd de wapenleverancier voor allerlei rebellen of ze nu ideologische waren of niet. In Syrië trof men vooral wapens uit Libië aan. De burgeroorlog is dankzij de Libische wapendepots en smokkel zo omvangrijk geworden. Door de slechte controle op wapendepots en leveranties werd Libië de hofleverancier voor grote rebellen opstanden en proxy-oorlogen in bijvoorbeeld de Oekraïne (leveranties aan de Russische separatisten in de Oekraïne). Momenteel herhaalt de geschiedenis zich in Jemen. Groot-Brittannie en de VS zijn de grootste leveranciers van wapens aan Saoedi-Arabie (Arabische Alliantie). Maar steunden ook de Houthi-rebellen (kregen ook steun van de Emirati’s en de Saoedische bevolking). Het Pentagon bericht een half miljard dollar kwijt te zijn aan wapens in Jemen. De kans is groot dat het materiaal terecht is gekomen bij de rebellen of Al-Qaida. Deze geschiedenis is niet alleen vergelijkbaar met Libië, maar ook Afghanistan.

Westerse landen die terrorisme vrezen zouden eerst eens moeten kijken hoe deze terreur gefinancierd wordt. Met welk geld en met welke wapenleveranties. Momenteel zien we uit het Midden Oosten en Noord-Afrika duizenden vluchtelingen oversteken naar Europa. Iedereen heeft het over hoe verschrikkelijk dat is, maar bijna niemand kijkt naar de financiële achtergronden. Rechts heeft het over het aanpakken van mensen smokkerlaars en meer repressie, links heeft het over ruimere opvang. Beiden zijn het geen oplossingen voor de oorzaak van het probleem. Iets met boter en het hoofd.

Het tijdperk Obama. Change or not? Yes we can(not)

In 2008 won de democraat Barack Obama de verkiezingen van de republikeinse kandidaat John McCain. Obama stelde de American recovery and Reinvestment act op in 2009 om de economie in Amerika te herstellen. Ook stelt de Amerikaanse regering een fonds in om riskante financiële producten op te kopen. Met overheidssteun helpt Obama de autoproducenten Chrysler en General Motors overeind. Met Obama care krijgt iedere Amerikaanse staatsburger een verplichte basisverzekering voor ziektekosten. Zieke Amerikanen mogen niet meer afgewezen worden door verzekeringsmaatschappijen. Obama krijgt felle kritiek op Obama care van de Pro-life-organisaties en religieus rechts die tegen bijna alle vormen van staatsinvloed zijn. Na de periode Bush jr. heeft de VS te kampen met een enorm overheidstekort en een enorme staatsschuld. In 2010 bedroeg het overheidstekort 10,6 % van het BBP en loopt de staatsschuld op tot 8,53 biljoen dollar (80% van het BBP). Tot 2009 steeg de werkloosheid naar 10,1%. In zijn eerste ambtstermijn daalde het overheidstekort en de werkloosheid. In zijn tweede termijn verliest hij de meerderheid in de Senaat (eerste kamer) en het congres waardoor Obama besluiten moeilijker als wet er door heen krijgt. Ook grijpt Obama minder openbaar in op het internationale toneel. Bij de Arabische Lente houdt Obama zich afzijdig. Obama kiest minder eenduidig voor Israël en stelt zich meer pragmatisch op dan zijn voorganger Bush. Obama irriteert zich openlijk aan Netanjahu, die op een republikeinse conferentie waarschuwt voor de Atoomonderhandelingen tussen Amerika en Iran. Obama trekt een groot deel van de Amerikaanse militairen terug uit Irak. Een definitieve oplossing voor Guantanamo Bay komt er niet. Geen enkel land wil potentiële onberechte en niet veroordeelde moslim gevangenen opnemen. Gedurende zijn hele periode wordt Obama vooral tegen gewerkt door de republikeinen die resoluut tegen elk voorstel van de president en de democraten stemmen. Hierdoor verkeert het land enige tijd in crisis. Met name als het gaat over de oplossing van de schuldencrisis. De Amerikaanse schuldenberg overschrijdt keer op keer het maximale plafond. Hierdoor krijgt Obama de mogelijke investeringen en hervormingen moeilijk rond. Ideologisch gezien zijn de republikeinen tegen overheidsinvesteringen en voor bezuinigingen. De Democraten willen dat lage en middeninkomens ook recht krijgen op basisvoorzieningen, onderwijs, werk; de republikeinen steunen vooral de rijken waardoor de armen via het trickle down effect profiteren. De kloof tussen rijk en arm wordt ook onder Obama nauwelijks kleiner. Veel mensen leven nog op voedselbonnen en er breken ook veel racistische rellen uit onder de eerste zwarte president.

Het land wordt verscheurd in vele opzichten verscheurd door twee rivaliserende politieke partijen die nauwelijks met elkaar kunnen samenwerken (wapenbezit, kloof rijk en arm, energie en milieu, investeren of bezuinigen, centraal gezag versus individuele vrijheid etc.).

Toenemende brandhaarden (moslimterrorisme en geopolitieke proxywars, koude oorlog)

Op 7 januari 2015 wordt het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs aangevallen door twee gemaskerde mannen. Wereldwijde protesten onder het motto: je suis Charlie ondersteunen de vrijheid van meningsuiting. Ook keert de wereld zich massaal tegen het terrorisme. Als protest beeld Charlie Hebdo de profeet Mohammed af op de eerst volgende uitgave. Solidariteit voor de vrije meningsuiting kantelt al vlot naar strengere veiligheidseisen en polarisatie tussen links en rechts. Na de aanslag op Charlie Hebdo werd een joodse supermarkt in Parijs aangevallen (gijzeling supermarkt) en een aanslag in Kopenhagen gepleegd op de grote synagoge in de Deense hoofdstad.

Momenteel rukt het moslim terrorisme wereldwijd op. De Arabische Lente heeft niet geleid tot een domino effect van liberalisering en meer democratie. We zien juist meer chaos en regionaal terrorisme. IS of ISIS heeft zich afgescheiden van Al Qaida en streeft naar een islamitische Kalifaat op basis van middeleeuwse gronden. ISIS pleegt Barbaarse moordaanslagen en ontketent regionale oorlogen. De situatie in Syrie is al jaren compleet onhoudbaar. De steden liggen in puin. Rebellengroepen vechten tegen Assad, Assad vecht tegen het Terrorisme (ISIS). Amerika, Europa weten niet welke groepen ze moeten steunen.

Rusland en Iran steunen de huidige president. Rusland en het Westen liggen in de clinch om de Oekraïne. Daarbij hebben we het MH17 probleem. Het neerschieten van het Maleisische vliegtuig met voornamelijk Nederlanders. A priori ligt de schuld bij de ander. Geopolitieke spellen worden gespeeld. Rusland heeft al last van een lage olieprijs en sancties van het westen door het invallen in de Krim.

Wereldwijd zijn er meer brandhaarden door en moslimterrorisme en proxywars bijgekomen. Waar voorheen de vijanden nog duidelijk zichtbaar waren in geopolitieke machtsblokken (west versus oost), wordt dit tegenwoordig steeds lastiger vast te stellen. Welke partij kun je nu nog steunen die zich later niet tegen je gaat keren? Moeten we in sommige gevallen de voormalige vijand helpen om indringend gevaar voor te zijn.

Nu al zien we hele bevolkingsgroepen uit Syrie vluchten naar de omliggende landen en Europa. Dat verdeelt deze landen die de massale uitloop uit Syrie niet goed aan kan.

Schaalvergroting en neo-liberalisering in de landbouwsector

De schaalvergroting, de neoliberalisering en de globalisering leidde in de jaren ’90, ’00 en ‘10 in de agrarische sector ook tot grote epidemische dierziekten (vooral virussen) door onder meer de toenemende concentratie en internationale handel van dieren.

In 1997 trof men in Hong Kong het H5-virus onder vogels aan. In 2003 werden in Nederland zowel varkens en vogels besmet door de vogelpest op gemengde bedrijven. Dit virus muteerde tot het H5N1 virus waardoor andere diersoorten ook werden besmet. In 2012 werden er in totaal 535 miljoen dieren geslacht. Dit betekent vele dieren die zeer geconcentreerd op elkaar leven in een relatief klein land. Naast vogelgriep kende bijna elke diersoort verschillende epidemische dierziekten: BSE (1994): gekkenkoeienziekte, varkenspest (1997), mond-en-klauwzeer (2001): virusziekte bij eenhoevigen, Q-koorts (2007): koorts onder geiten en besmettelijk voor mensen.

De toename van concentratie van veel dieren (megastallen) en transport (Nederland is de op een na grootste exporteur van landbouw en veeteelt op de wereld) levert een verhoogd risico op voor besmettelijke dierziekten. Bovendien bezorgt een grote veestapel Nederland een enorm mestprobleem. Bovendien worden dieren vooral gezien als economisch product dat op de prijs moet concurreren tegen lage lonen landen.

http://www.npo.nl/zembla/27-05-2015/VARA_101374317

De globalisering en liberalisering van de vleesindustrie wereldwijd leidt tot megastallen, kiloknallers, ondoorzichtige controles, vleesschandalen (paardenvleesaffaire, salmonella-kip, vleesfraudeurs, illegale slacht, E.coli uitbraak, antibiotica-resistentie). De toename van dierziekten vindt mede zijn oorzaak in de toename van antibiotica (snellere mutatiegraad), concentratie van veel dieren bij elkaar in bepaalde regio’s (veel varkens in Noord-Brabant, kippen in Barneveld etc.), meer wereldwijde transport van dieren, nieuwe exportgebieden en meer liberalisering.

De vleesproductie zorgt voor een enorme hoeveelheid uitstoot van methaan. Methaan is een broeikasgas dat 25 keer sterker is dan Koolstofdioxide. De uitstoot van een koe per jaar is vergelijkbaar met de uitstoot van een middenklasse auto in een jaar. Vooral de Amerikanen eten veel vlees per hoofd van de bevolking (120kg) t.o.v. de Europeanen (80kg).

Het probleem zit vooral in de opkomende ontwikkelingslanden die bij een hoger welvaartsniveau meer vlees gaan consumeren, waardoor meer soja en landbouwgrond nodig is voor voedsel voor veeteelt wat ten koste gaat van bossen die CO2 vasthouden. De consumptie en productie van vlees via soja, toename van landbouwgrond en afname van bossen en biodiversiteit heeft een enorm negatief effect op de mondiale voetprint  en is behoorlijk inefficiënt. Voor elke kilo vlees heb je minstens 4 kilo graan of soja nodig (afhankelijk van het vlees: rund, schaap, varken, kip). Aan de andere kant kan schaalvergroting ook voordelen bieden voor de verduurzaming van de productie van vlees. Zoals efficiënt gebruik van grondstoffen per kg vlees.

—————————————————————————————————

De toenemende neoliberalisering brengt aan de ene kant mondiaal meer welvaart. Mensen uit ontwikkelingslanden en semi perifere landen hebben meer toegang tot luxe producten (mobieltjes, internet, tv). Ook verbeteren industriële en agrarische industrieën hun technologie (schaalvergroting, efficiëntie) waardoor er meer consumptie mogelijk is. Wel is deze consumptie en welvaart ongelijkmatig verdeeld. De rijken worden rijker en de middenklasse en de armen worden armer, de verschillen nemen toe. De mensen met veel vermogen worden zonder grote tegenprestaties in de reële economie (beleggers van vermogen) veel rijker en de inkomsten van de werkende middenklasse, mensen met tijdelijke contracten  en werklozen nemen af (ook omdat de kosten van levensonderhoud en belastingen toenemen).

Vermogen loont (wordt nauwelijks belast), arbeid niet tot nauwelijks (Piketty). Dit komt mede doordat de externe kosten van consumptie niet direct mee genomen worden in de prijs. Wereldwijd worden deze externe kosten afgeschoven op de sociaaleconomische zwakkeren en de toekomstige generaties. Grote multinationals betalen niet voor de externe kosten omdat ze gericht zijn op winstmaximalisatie. Ze zijn gericht op minimalisatie van kosten en belastingen en leggen deze neer bij de maatschappij. Hierdoor ontstaan de voedselschandalen, menselijke opwarming van de aarde (broeikasgassen), grote mondiale conflicten door het neokolonialisme (olie oorlogen), grote schandalen in de bankenwereld (liborrente, subprimes, bonuscultuur), zelfverrijking (Amarantis, Vestia).

Daarnaast neemt de arbeidsproductiviteit per persoon wel toe. Maar dit komt ook doordat veel arbeid vervangen wordt door de automatisering, digitalisering en efficiënte productieprocessen (o.m. door schaalvergroting). Arbeid wordt weggeconcurreerd door goedkopere machines. Dit leidt weer tot een grotere kloof tussen arm (werknemers in een lastige positie) en rijk (kapitaalkrachtige ondernemers). Dit proces zet de arbeidsmarkt en de maatschappij onder druk. De laatste 30 jaar heeft het beleid van Thatcher/Reagan gefaald (trickle down economics). De tweedeling in de maatschappij is juist toegenomen, zowel mondiaal, nationaal, regionaal en lokaal.

Burgers en werknemers zijn deze schandalen meer dan zat, maar kunnen zich maar deels verzetten tegen deze neoliberale misstanden (occupy beweging, Arabische Lente). Burgers zijn ook niet goed op de hoogte van wat er precies speelt. Aan de ene kant hebben burgers het te druk met hun individuele leven of gezin en het hectische bestaan. Om rond te komen moet je tegenwoordig meestal twee inkomens hebben om een gezin te onderhouden.  Het aantal burn outs en depressies neemt per jaar toe per werknemer.  Aan de andere kant is de wereld steeds complexer geworden en leven we in een onoverzichtelijke postmodernistische maatschappij waar DE waarheid niet bestaat. Iedereen heeft zijn eigen waarheid.

Bovendien is onze maatschappij steeds meer aan het polariseren tussen links en rechts, tussen kosmopolieten en nationalisten, tussen klimaat alarmisten en klimaat (menselijke opwarming) ontkenners, tussen hedonisten en anti-hedonisten, tussen rijk en arm, hoog opgeleid en laag opgeleid etc. De beleidsmedewerker ziet vaak de schoonmaker van hetzelfde kantoor niet meer. Mensen leven via bepaalde groepen steeds meer langs elkaar heen. Naast een ontwrichtende maatschappij legt de neoliberalisering een grote druk op de eindige uitputtende natuurlijke bronnen en zorgt de hyperconsumptie en massaproductie voor vervuiling, uitstoot van broeikasgassen en aantasting van het milieu en verandering van het klimaat.

De media, het onderwijs, onderzoek, je ouders, werkgevers en je sociale omgeving speelt een belangrijke rol in hoe een individu of groep acteert, het leven ervaart of tot een bepaalde opvatting komt. De sociale omgeving is door de globalisering, snelle sociale media (twitter, nieuwe media, email, facebook, google, wikipedia, online nieuws) drastisch veranderd.

Het leven van vooral jongeren is veel sneller en meer hectisch geworden. Sociale contacten, uitstraling, extrovert gedrag wordt steeds belangrijker. Je moet jezelf goed kunnen verkopen en presenteren. Mensen worden steeds meer een verkoopbaar product en onderlinge concurrentie neemt toe (X-factor, Idols en de honderden talentenshows daarna). We leven in een prestatiecultuur. De afgelopen jaren zijn de talentenjachtprogramma’s niet van de buis weg te slaan. Het gaat om het talent van het individu. Introvert gedrag wordt bijna als ziekte gezien, extrovert gedrag wordt buitengewoon hoog gewaardeerd in een consumptiemaatschappij. Het presenteren van je talent gaat daarnaast gepaard met status. Mannen concurreren op basis van status en talent, vrouwen concurreren onderling met elkaar op uiterlijk. Bij jonge mannen ligt de nadruk op concurrentie, status en jezelf bewijzen na en vooral tijdens de pubertijd. Vrouwen zijn vooral bezig met uiterlijk, shoppen en verzorging. Commercieel darwinistische factoren spelen in op deze biologische factoren. Er zijn buitengewoon veel mode en beauty blogs en artikelen voor vrouwen. Op bijna alle A-locaties van grote steden puilt het uit van de mode, beauty en verzorgingswinkels. Specifieke tv-zenders zijn speciaal gericht op of mannen (RTL7) of vrouwen (NET5, TLC). Individualisme, maar tegelijkertijd groepsdruk (mode) speelt een belangrijke rol binnen het neoliberalisme. Vooral jonge vrouwen zijn extreem gevoelig voor groepsdruk. Als je niet voldoet aan een bepaald modeverschijnsel lig je buiten de groep en kun je een vriendje wel helemaal vergeten. Je voldoet dan niet meer aan het enige biologische doel: de mogelijkheid jezelf te kunnen voortplanten via je genen. Vrouwen voelen deze druk meer en eerder door de biologische klok. Je hebt minder tijd om je voort te planten dus je moet sneller geslachtsrijp en beschikbaar zijn voor de relatiemarkt. Vrouwen vallen daarom ook meestal op oudere mannen en niet op jongere mannen. Die zijn nog niet in staat om vermogen en status op te bouwen, daarnaast zijn vrouwen ook eerder fysiek en mentaal volwassen. Typische vrouwelijke onderwerpen, maar ook mannen onderwerpen zijn niets anders dan vormen van biologische evolutie. Hoe je in een bepaalde groep of per individu jezelf zo aantrekkelijk mogelijk maakt voor een geslachtspartner.

De westerse media speelt hierin een grote rol. De media is steeds meer in handen gekomen van aandeelhouders en laat zich leiden door aandeelhouderswaarde, adverteerders en kijkcijfers bepalen grotendeels het aanbod. Dit komt neer op  het verkopen van zoveel mogelijk producten en winstmaximalisatie. De media bericht allang niet meer objectief. Journalistieke waarden worden ingeleverd voor aandeelhouderswaarde.

Deze individuele westerse neoliberale waarden (economisch sociaal-darwinistische waarden zijn steeds meer gaan botsen met bijvoorbeeld islamitische waarden. In de vooral orthodoxe islam spelen tribale familiaire banden een veel belangrijke rol. De orthodoxe islam staat haaks op waarden als vrije seks (taboe), concurrentie op uiterlijk (hoofddoeken), hyper consumentisme (ramadan), individualisme (familie eer), democratie en debat (dogmatische leer). Het is dan ook niet zo verrassend dat we nu die clash of civilizations zien. We leven in een global village waar de verschillende waarden nog harder op elkaar botsen. We zijn fysiek steeds dichter bij elkaar gaan wonen door technologische verbeteringen (ICT, sneller transport open gooien grenzen, immigratie), maar wel in een wereld met totaal verschillende waarden en opvattingen. Ook binnen de westerse samenleving kraakt het neoliberalisme in zijn voegen. Veel mensen beginnen de nadelige effecten van ver doorgeschoten neoliberaal beleid te merken. Veel hypotheken staan onder water, meer kinderen groeien op in armoede, de laatste 5 jaar heeft elke stad wel een voedselbank gekregen, de werkloosheid uit de jaren ’80 is terug, steeds meer mensen zitten in uitzichtloze schulden, kleine ondernemers krijgen nauwelijks kredieten meer, het consumentenvertrouwen is zeer laag, er is nauwelijks vertrouwen meer in politici en de zelfverrijkingsschandalen van besturen van grote multinationals en banken met topinkomens en bonussen zijn zeer talrijk geweest.

Daarnaast zijn we nog steeds verslaafd aan consumptie, krediet en fossiele brandstoffen, terwijl we toch zeer duidelijk zien dat deze grondstoffen opraken. De conflictgebieden nemen wereldwijd toe. Er komen steeds meer bootjes met vluchtelingen uit Noord-Afrika naar Europa toe (Italië, Griekenland, Spanje). Syrië is de Hell op aarde geworden. Maar ook in Groningen zijn de mensen klaar met de aardgasbevingen. Groningen wil geen wingewest zijn voor BV. Nederland waarbij het alleen maar draait om aardgasbaten voor de rest van Nederland en daar eigenlijk alleen maar onveiligheid voor terug krijgt.

Advertenties

One thought on “Millenniumwisseling, moslimterrorisme, toenemende polarisering, financiële en economische crises”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s