Mondiale systeembanken en banken in Nederland

Banken kun je op verschillende manieren indelen. Je hebt universele, retail, private, commerciële en investment banken. Daarboven heb je centrale banken die per land of continent het beleid opstellen en uitvoeren en de kredietverstrekking van landen controleren door onderlinge kredietverstrekking en instellen van rentes.

Banksector - bank segmenten

Het mondiale beleid van banken wordt gevormd door de BIS bank, daar worden de Bazel-akkoorden opgesteld. Het IMF en de Wereldbank spelen daarin ook een rol.Met name als het gaat om landen die financieel in de problemen zijn of dreigen te komen. Banken worden geacht voorzichtig om te gaan met het verstrekken van kredieten. Ratingbureaus, controllers (compliances) en kredietbeoordelaars schatten die risico’s in. Kortom is een klant kredietwaardig en in staat zijn/haar schuld terug te betalen. Dat is de basis van het private bankieren of dat zou de basis van bankieren moeten zijn: het verstrekken van kredieten aan kredietwaardige klanten om de economie draaiende te houden. Centrale bankieren zijn ook verantwoordelijk voor de stabiliteit van de munt. het voorkomen van te sterke prijsschommelingen van de munt (inflatie/deflatie). Centrale bankiers houden zich dus ook bezig met de hoeveelheid geld/krediet die in omloop wordt gebracht. Te veel geld/krediet zorgt voor een stijging van de prijzen. Te weinig geld/krediet zorgt voor een daling van prijzen. Onevenwichtige prijsstijgingen/dalingen zorgen voor een onzekere economie. Grote internationale banken die veel krediet verstrekken en een essentiële functie hebben binnen de maatschappij zijn systeembanken. In Nederland zijn ING, ABN AMRO, SNS en de RABOBANK de grootste systeembanken. De banken zijn te groot om om te vallen. Tijdens de kredietcrisis moest de Nederlandse staat deze banken redden (bail in). Ze waren too big to fail. Het omvallen van een systeembank zou het ‘water’ uit de kraan wegnemen. Betalingen van goederen en diensten en het uitbetalen van lonen zou niet meer plaats kunnen vinden.

Begin van de jaren ’90 zijn deze internationale banken enorm gegroeid. De volgende Zembla aflevering laat zien hoe dat ging. Waarom efficiëntie en schaalvergroting de mantra’s waren en hoe het ook enorm mis kon gaan. Met name het kopen van slechte hypotheken zorgde voor de vergroting van enorme risico’s. Kenmerkend en symbolisch is de sponsoring van de formule 1: het staat voor snelle jongens die snel willen groeien.

http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/73832/Zembla.html#

Wereldwijd wordt dus het beleid over de geldstromen bedacht bij de BIS Bank. Continentaal vormen de ECB (Europa) en de FED (Amerika/Wallstreet) de belangrijkste bancaire/financiele controle op het continentale beleid. De Bank of China en de Bank of England spelen daarbij ook een belangrijke rol omdat China een land is met een enorm opkomende industrie (fabriek van de wereld en de Bank of England onderdeel is van een van de grootste financiële centra van de wereld (The City). Onderling zijn de grote systeembanken met elkaar verbonden en houden de centrale banken toezicht op de geldstromen en verstrekte leningen.

Een (systeem)bank is een winstgevende onderneming en heeft baat bij het verstrekken van zoveel mogelijk kredieten. Mits deze kredieten terugbetaald kunnen worden. Vanaf de jaren ’80 werden de regels versoepeld of gewoonweg losgelaten. Er kwamen steeds meer bedenkelijke financiele producten op de markt die niet getoetst werden op kredietwaardigheid. In de jaren ’90 werd die kredietwaardigheid ook niet zo belangrijk gevonden want de stijgende huizenprijzen zorgden altijd voor overwaarde. Je kon dus altijd je hypotheek terugbetalen met winst indien je je woning verkocht. In Amerika maar ook in Europa ontstond het gevoel van een oneindig groeiende economie. Iedereen kon een woning kopen, ook al had je geen vast inkomen. Deze rommelhypotheken (sublimes) werden opnieuw verpakt, gesecuriseerd en doorverkocht. De vermenging van slechte hypotheken leidde tot een zeer ondoorzichtige markt waar niemand meer overzicht over had. De val van de Lehmanbrothers zorgde voor een wereldwijde kettingreactie. Hypotheken konden niet meer terugbetaald worden. Het vertrouwen daalde. Woningprijzen daalden. Banken vielen om, kredieten werden niet meer verstrekt en de regels werden aangescherpt. De financiele crisis zorgde voor een economische crisis. De hoeveelheid geld/krediet stagneerde, bedrijven konden geen lonen meer uitbetalen en investeren,  en er ontstonden massale ontslagrondes. Iedereen ging op zijn geld zitten. Overheden voerden bezuinigingen door, belastingen gingen omhoog, staatsschulden namen toe. De centrale banken reageerden met geldverruimingsprogramma’s (QE’s), waardoor de schulden/kredieten in de economie nog verder toenamen. Tot op heden hebben deze verruimingsprogramma’s nog nauwelijks effect gehad. Wel is de rente enorm gedaald waardoor de woningprijzen in de grote steden weer explosief aan het stijgen zijn.

 

 

Advertenties