wederopbouw, welvaart en polarisering: de jaren ’50 en ’60

De jaren ’50 en ’60: wederopbouw, welvaart en de polarisering tussen westerse landen en de communistische landen.

Na de Tweede Wereldoorlog lagen grote delen van de wereld in puin. De jaren ’50 en ’60 staan dan ook in teken van wederopbouw, Marshallsteun aan de niet-communistische landen en twee nieuw gevormde wereldmachten: De verenigde Staten en de Sovjet-Unie. West Europa en Japan kregen steun vanuit het Marshallplan van de Verenigde Staten. De (Midden) Oost Europese landen werden satellietstaten van de Sovjet-Unie en kregen een communistisch economisch model opgelegd (COMECON).

Na de Tweede Wereldoorlog waren veel landen volstrekt ontwricht door de oorlog. De Marshall hulp aan West Duitsland en Europa was noodzakelijk om de economie in de omringende westerse landen een boost te geven. Daarnaast verstevigde de Marshall hulp de westerse banden en vergrootte het de tegenstelling met de communistische landen. Door het verlies van Nederlands Indië (Indonesië) was de Marshall hulp van levensbelang voor de Nederlandse economie. Wel draaiden de westerse economieën voor het Marhallplan alweer redelijk goed.

In Nederland werd in deze periode ook de verzorgingsstaat ingericht door Willem Drees (1948-1958) tijdens de Rooms-Rode coalitie (KVP, PvdA). Kenmerkend voor de wederopbouw was hard werken en zuinig leven. Dat viel samen met degelijkheid en fatsoen en paste zeer goed in de calvinistische opvattingen in Nederland. Er werd bovendien een strak geleide loonpolitiek opgelegd waarbij men hard moest werken tegen weinig loon. Het gevoel om allemaal samen te werken aan de wederopbouw vergrootte het saamhorigheidsgevoel in deze periode.

Ook daalde de werkloosheid en herstelde de economie in Nederland. Op de betalingsbalans kwam een overschot door de lage bestedingen in het binnenland (lage loonkosten) en een toename in export naar het buitenland.

De jaren ‘50

Afbeeldingsresultaat voor jaren '50 loonpolitiek

In de jaren ’50 streefde Nederland naar een kapitalistisch model (vergelijkbaar met de VS) met een geleide loonpolitiek en een sterke industrialisatie (gas, olie, infrastructuur, scheepsbouw, havens) van de economie via het harmoniemodel (geen strijd tussen werkgevers en werknemers onder het mom van wederopbouw).

De SER (sociaal-economische raad) werd in 1951 opgericht, er ontstonden  meer grote bedrijven door fusies en overnames (multinationals) en de werkgelegenheid in de industrie en de dienstensector steeg snel. De verkregen welvaart leek niet meer te stoppen zijn.

Er heerste een algehele positieve sfeer van vooruitgang, welvaart, maakbaarheidsgedachten en rationalisme (het modernisme). Ook werden er meer sociale wetten ingevoerd zoals de Algemene Ouderdomswet (1957) en de Algemene Bijstandswet (1963). De overheidsbemoeienis werd ook opgevoerd in samenval met het Top-down denken (vadertje staat) en de wens om maatschappelijk onaangepasten opnieuw op te voeden. Veel jongeren zagen deze bemoeienis als zeer betuttelend. De zeer lage loonontwikkeling leverde daarnaast onvrede en veel wilde stakingen op.

https://www.thesilvermountain.nl/img/overheid.jpg

Na de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal geboren kinderen sterk (babyboom). Waardoor er meer vraag naar woningen kwamen die er niet waren door de stopzetting van de woningbouw in de oorlog en de kapot geschoten huizen door de bombardementen. In de tijd van de wederopbouw werden daarom ook veel sobere (sociale huur) woningen bijgebouwd om de grootste woningnood op te lossen. In de jaren ’60 bereikte de woningnood haar hoogtepunt, waardoor de kwantitatieve woningbouwproductie enorm toenam. In de jaren ’70 werden deze sobere woningen vaak weer gesloopt in het kader van stadsvernieuwing waarin de nadruk meer lag op kwalitatieve woonwensen.

In de jaren ’50 en daarvoor speelde het leven zich af binnen de zuilen. Men organiseerde zich langs levensbeschouwelijke en sociale klassen die verdeeld waren in een katholieke klasse, sociaaldemocratische klasse, liberale klasse, communistische klasse en de protestantse klasse. De verzuiling eindigde eind jaren 60 toen de welvaart meer steeg en ruimte kwam voor individuele ontplooiing. Binnen de zuilen had iedereen zijn eigen vakbond, politieke partij, school, ziekenhuis, omroep en vereniging. Wel kreeg de massamedia meer invloed doordat iedereen naar de radio luisterde en de eerste televisie-uitzendingen van start gingen. Ook de eerste vormen van jeugd-cultuur kregen gestalte zoals de opkomst van rock and roll (Elvis Presley en Bill Haley)

https://lh4.googleusercontent.com/-9CP1aQ3GxFU/UVg61kAJxUI/AAAAAAAAAO0/8QcFwJGzQ3I/s400/Verzuiling.jpg

In (West) Duitsland en Japan verliep het economisch herstel nog sneller dan in Nederland (Wirtschaftwunder). Het Wirtschaftwunder kwam voornamelijk tot stand door de invoering van de Duitse Mark in 1948 en de vraag naar nieuwe producten waaronder de vraag naar oorlogsproducten voor de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Maar ook de automobielindustrie kwam opgang. Scooters en brommers werden wereldwijd een groot succes. Duitsland had bovendien veel goedkope goedopgeleide arbeidskrachten. Hierdoor kon Duitsland zijn export verdubbelen en werd het een van de sterkste economieën van de wereld.

De Koreaanse Oorlog (communistische noorden en westerse zuiden) was het eerste militaire conflict van de koude oorlog na de Tweede Wereldoorlog. Het was een conflict tussen de Verenigde Staten onder de vlag van de Verenigde Naties aan de ene kant en China en de Sovjet-Unie aan de andere kant.

De jaren ’50 staan ook aan het begin van een koude oorlog tussen de opkomende machten Sovjet-Unie (communisme) en de Verenigde Staten (kapitalisme). Duitsland werd gesplitst in een oostelijke en westelijke macht. De wapenwedloop leidde aan de ene kant tot een opleving van de economie in het Westen, maar ook tot grote angsten voor elkaar. De oostelijke landen (satellietstaten) vormden onder druk van de Sovjet Unie het Warschaupact in 1955. De westelijke landen vormden de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) in 1949.

De NAVO is gebaseerd op het kapitalistische economisch systeem (blok) waarbij de rol van de vrije markt een belangrijke rol speelt (1e wereldlanden). Het communistische blok (Comecon) is gebaseerd op een staatsgeleide planeconomie van vaak 5 jaar (2de wereldlanden). De overige (neutrale) landen zaten vaak in Afrika en vielen onder de 3de wereldlanden (ontwikkelingslanden). Buiten Europa sloot Rusland via de Comecon een economisch en militair pact met Cuba, Vietnam en Mongolië als reactie op het Marshallplan.

In de jaren ’50 werden ook de eerste kerncentrales gebouwd die naast elektriciteit ook de grondstoffen voor nucleaire wapens leverden (uranium en plutonium). Door de ontwikkeling van de technologie van splijting (uranium en plutonium) of fusie (waterstofbom) steeg de dreiging van een wereldwijde kernoorlog enorm (de koude oorlog). De angst voor een totale destructieve derde wereldoorlog leek steeds dichterbij te komen.

Er zijn drie verschillende opvattingen over het ontstaan van de koude Oorlog:

De traditionalisten betogen een agressiedrift vanuit de Sovjet-Unie waarbij de Oost Europese staten onder het gezag kwamen van Stalin. De Verenigde Staten voerden een vredelievend beleid uit die geblokkeerd werd door de Sovjet-Unie o.a. bij de Berlijnse Blokkades, de aanval van Noord-Korea op Zuid-Korea en de communistische overname van Tjecho-Slowakije. De expansiedrift drong de VS tot tegenwicht en het begin van de koude oorlog.

De revisionistische visie (jaren 60/70): wijzen de Amerikaanse expansiedrift aan als oorzaak voor de koude oorlog. De Verenigde Staten waren welvarend en bezaten het monopolie op de atoombom, terwijl de Sovjet-Unie zwaar verzwakt was. De revisionisten zien het kapitalisme als aanleiding voor het kwaad. De VS zou slechts op zoek zijn naar nieuwe markten om er rijker van te worden. De invloedssfeer in Oost Europa moest bescherming bieden tegen de kapitalistische expansie.

De post revisionistische visie (jaren 70/80): de koude oorlog wordt gezien als iets onvermijdelijks. Een botsing tussen twee verschillende ideologieën. Na de WOII ontstond een machtsvacuüm en een bipolaire situatie met twee machtige landen door het wegvallen van Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Het was onacceptabel om Europa volledig door een van de partijen te laten domineren waardoor de balans verstoort zou raken.

Opdeling Duitsland (BDR en DDR)

In 1945 werd Duitsland opgedeeld in vier verschillende delen: een Frans (De Gaulle), Amerikaans (Truman), Engels (Churchill) (westers) en een Russisch gedeelte (Stalin) (communistisch). In 1949 werden de westelijke delen samengevoegd tot de Bundesrepublik Deutschland (West-Duitsland), de Sovjet-zone werd de Deutsche Demokratische Republik (Oost-Duitsland). Ook Berlijn werd in vier zones verdeeld. In 1961 sloten de DDR en de BDR de grenzen voor elkaar met de bouw van de Berlijnse Muur.

Binnen de DDR werd de socialistische Einheitspartei Deutschlands (communistische partij) de enige machtsdrager en alle grote fabrieken kwamen in handen van de overheid, oppositieleden werden vervolgd en burgers werden streng gecontroleerd door de Stasi (staatssicherheitsdienst). De DDR kreeg veel kritiek op het gebrek aan goederen en de slechte kwaliteit daarvan. Veel Oost-Duitsers vluchten naar West-Duitsland waar de economie veel sterker was en om terug te keren naar familie. Door een communicatiefout in 1989 liepen er zoveel Oost-Duitsers over na West-Duitsland dat er geen houden meer aan was en de DDR zo goed als failliet verklaard werd.

Pas in 1990 werden de beide Republieken herenigd na de val van de muur in Berlijn en de val van de Sovjet-Unie. Het bleek ook het definitieve einde te zijn van het communisme in de Sovjet-Unie dat weer Rusland werd en de Oost-Europese Satellietstaten. Momenteel zie je nog duidelijke verschillen tussen het Oosten en Westen. Ondanks de vele investeringen van West-Duitsland in Oost-Duitsland is de economie en de werkgelegenheid niet heel hard toegenomen. Ook vanwege de verouderde fabrieken en staatsbedrijven die niet meer voldeden aan de liberale marktwerking. Bovendien is de ecologie ernstige schade toegedaan, moest de DDR herstelbetalingen doen in plaats van het ontvangen van Marshallhulp en vond er een massale collectivisatie plaats. Het idee van een achtergesteld onvrij gebied met veel werkloosheid is nog steeds waarneembaar. Het leidt bovendien tot zeer linkse of rechtse extremistische opvattingen in het Oost-Duitse gebied.

De bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) beleefde in tegenstelling tot de DDR juist een wirtschaftswunder, waarmee het veel andere Westerse landen zelfs overtrof. De bloeiende economie trok veel mensen uit de DDR weg (Republiksflucht). Daarom werd er in 1961 een ijzeren gordijn opgetrokken (De Berlijnse Muur). De invoering van D-mark, de aansluiting bij de NAVO droeg aan de ene kant bij aan de economische groei in West-Duitsland, maar benadrukte de tegenstellingen van de koude oorlog met de Sovjet-Unie aan de andere kant. Tot 1969 verbrak de BDR de diplomatieke relaties met de DDR. Daarna kwam er onder leiding van Willy Brandt een meer ontspanningspolitiek naar het Oostblok (Neue Ostpolitik). In 1973 werden de DDR en de BDR samen lid van de VN.

De jaren ‘60

In de jaren ’60 wordt de wederopbouw afgesloten en begint men echt te werken aan de welvaart staat Nederland. Er komen meer consumentenproducten op de markt zoals de koelkast, wasmachine, telefoon, televisie en auto.

De kleurentelevisie neemt een belangrijke rol in het huishouden.         De televisie droeg ook bij aan het einde van de verzuilde samenleving. Banden werden tevens losser door de toenemende secularisering, maar men kon ook informatie buiten de eigen zuil ontvangen door massamedia die nu voor meer mensen toegankelijk werd. Ook trad er een zekere vorm van informalisering op. Het politiek autoritair-regenteske leiderschap van voorheen werd minder mogelijk en in het dagelijkse leven sprak men minder met u en meer met je aan.

In Azië ontstaat een groot conflict tussen het Westen en China om Vietnam. De Amerikanen sturen militaire adviseurs om de pro-westerse dictatorische Ngo Dinh Diem (Zuid-Vietnam) te ondersteunen tegen de linkse guerrilla beweging Vietcong in het noorden. Noord-Vietnam wordt gesteund door China (Mao).

De groene revolutie is een succesvol voedselprogramma van irrigatie, bemesting en veredeling om de rijstproductie te vergroten en het wind uit de zeilen van het communisme te houden. In Afrika worden veel oude koloniën onafhankelijk. Door een machtsvacuüm veranderen wel de meeste landen in dictaturen waardoor veel rijkdommen in handen vallen van dictatoriale legerleiders.

De strijd tussen het communisme en het westerse blok wordt ook binnen de Afrikaanse landen gevoerd. Het hoogtepunt van de koude oorlog is de Cubacrisis in 1963 en leidt bijna tot een derde wereldoorlog. De bouw van een Russische basis voor kernraketten op Cuba (Fidel Castro) werd ingeluid met een mislukte inval op de Varkensbaai door de CIA (Amerikaanse geheime inlichtingendienst). De Russische en Amerikaanse vloot komen tegenover elkaar te staan. Uiteindelijk trekken de Russische schepen met kernkoppen weer terug. Ook worstelen meer Satellietenstaten met de communistische overheersing. Hongarije maakt meer ruimte voor een liberale regering.

In Amerika komt meer ruimte vrij voor burgerrechten voor zwarte jongeren (black panther party). In 1968 wordt Martin Luther King vermoord die opkomt voor de zwarte bevolking en burgerrechten.

Ook groeide de weerstand tegen de oorlog in Vietnam en de dominotheorie (als 1 land communistisch werd zouden er al snel meer volgen). De weerstand werd zo groot dat president Johnson zich niet meer verkiesbaar stelde en werd opgevolgd door Nixon (republikein) die de oorlog alleen maar intensiveerde.

Door de koude oorlog ontwikkelde de ruimtevaart technologie zich wel sneller. Er werd een wapen en technologie wedloop (ruimterace) gevoerd naar de eerste man in de ruimte (Sovjet-Unie, Youri Gagarin) en de eerste man op de maan (VS, Neil Armstrong).

In 1967 breekt de zesdaagse oorlog uit tussen Israël en de omringende Arabische landen. Israël voelt zich bedreigd en voert een ‘preventieve aanval’ uit. Binnen 6 dagen vergroot Israël het grondgebied met de Golan Hoogte, Sinai woestijn, Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever.

In 1962 werd in Nederland de anticonceptiepil ingevoerd waardoor gezinsplanning beter mogelijk werd. Grote gezinnen waren minder aan de orde. Er kwam meer seksuele vrijheid door de seksuele revolutie. De seksuele revolutie is een reactie op het preutse victoriaanse tijdperk en het idee dat seks alleen bedoeld was voor de voortplanting. Seks werd ook meer als genotsmiddel gezien.

De provo en hippie bewegingen hebben flink bijgedragen aan de seksuele revolutie met een veel vrijere seksuele moraal. De vrijere seksuele moraal werd ook gestimuleerd door progressieve politieke partijen, de tweede feministische golf (emancipatie vrouw), de secularisering en de mogelijkheid van de pil, waardoor je niet zwanger werd van seks. De rooms katholieke kerk verzette zich wel nadrukkelijk tegen de vrijere seksuele moraal en anticonceptie (op een progressieve kardinaal, Beckers na).

Ook kwam de popmuziek in zwang door de opkomst van rock-‘n-roll (Cliff Richards, Rolling Stones), folkmuziek (Simon en Garfunkel), de beatmuziek (The Beatles), protestzangers (Bob Dylan) en de bloei van de underground muziek (Jimmy Hendrix, The Doors, Deep Purple).

Economisch groeide de welvaart snel. Japan als westers land na de WOII werd economisch steeds belangrijker. Binnen Nederland werd de armenzorg omgebouwd tot de sociale bijstand. Wel kwamen jongeren meer in opstand tegen de starre (ouderwetse) verhoudingen in de maatschappij met studentenrevoltes en bezettingen van universiteiten. Jongeren kreeg steeds meer een afkeer van de verzuilde maatschappij die nog volop aanwezig was binnen de samenleving.

In Nederland werd al in 1948 door de NAM gas gevonden in de kleinere velden nabij Coevorden. In 1959 werd op grote schaal gas gevonden in Kolham (Slochteren) waardoor Nederland landelijk op gas aangesloten werd en de kolenkit het huis uit kon.

De gasbel van 2700 miljard kubieke meter staat aan de basis van onze verzorgingsstaat. Met de opbrengsten konden uitkeringen, subsidies en grote infrastructurele projecten betaald worden, de bestedingen hadden daarnaast ook een grote consumptieve aard. In tegenstelling tot de Noorse aardgasbaten die grotendeels geïnvesteerd zijn in een investeringsfonds waar politici niet aan kunnen komen.

Momenteel raken de aardgasbaten op in Nederland en wordt er discussie gevoerd over nieuwe economische activiteiten. Deze discussie speelt nu vooral in Noord-Nederland een belangrijke rol omdat de negatieve effecten van aardgaswinning nauwelijks afwegen tegen de grote opbrengsten van aardgas die niet ten goede komen aan het gebied zelf.

Noord-Nederland wordt gezien als wingewest maar kent daarentegen wel veel problemen met de veiligheid van aardgaswinning, een hoge werkloosheid, weinig investeringen in de infrastructuur en weinig nieuwe economische activiteiten (schokken, bodemdaling, dijkdoorbraken, waardedaling woningen, weinig innovatie en compensatie)

Modernisme (jaren ’50) en postmodernisme (jaren ’60 tot heden)

De jaren ’60 kenmerkt zich ook als de periode van het begin van het postmodernisme dat de absolute waarheid in twijfel trekt van het christendom, rationalisme (absolute geloof in vooruitgang van de verlichting en de jaren ’50) en het marxisme. Postmodernisme zet zich af tegen het modernisme via het existentialisme (de afwezigheid van een transcendente God) en de ironie. Existentialisten positioneren zich tegenover rationalisme, idealisme en het positivisme. Belangrijke filosofen binnen deze stromingen zijn Sartre (onafhankelijkheid van het bewustzijn) en Nietzche (nihilisme).

Kwadrantencirkel Klaas van Egmond

Binnen het postmodernisme is alles mogelijk, bestaan verschillende stromingen naast elkaar. Het postmodernisme gaat uit van het gebrek aan kennis in tegenstelling tot het modernisme waarbij kennis de oorsprong van vooruitgang is. De mens is een irrationeel wezen. Consensus bestaat niet omdat het fundament ‘de taal’ te gebrekkig is. Hierdoor ontstaat een pluraliteit van denken, relativisme en waarden pluralisme. Binnen het postmodernisme wordt de mogelijkheden van maakbaarheid door het stellen van doelen op basis van rationaliteit beperkt. De realiteit is te complex om bijvoorbeeld een maakbare samenleving te maken. De mogelijkheden van vooruitgang zijn te beperkt en om wie zijn vooruitgang gaat het eigenlijk? Globalisering en nieuwe informatieprocessing zoals internet geven ook meer inzicht in dat de vooruitgang wereldwijd niet gerealiseerd werd door een maakbare samenleving en rationalisering. Ook wijst de postmoderne tijd naar de laat-kapitalistische consumptiemaatschappij vanaf de jaren ’60 waar de informatietechnologie, globalisering, flexibilisering, individualisering, zelfontplooiing, hedonisme en ontzuiling centraal staan. Tv en internet vervagen de grenzen tussen hoge en lage cultuur waarbij beelden dominanter worden dan teksten. In het moderne tijdperk was kunst, cultuur en de filosofie nog gericht op originaliteit, vernieuwing en maatschappijkritiek. De postmoderne cultuur is veel meer gericht op commercie, dubbelzinnigheid, ironie en het grote geld. Het postmodernisme is verdeeld over verschillende opvattingen over het superioriteitsgevoel van de westerse cultuur. Juist deze verdeeldheid en diversiteit is kenmerkend voor het postmodernisme.

 

Advertenties

2 gedachten over “wederopbouw, welvaart en polarisering: de jaren ’50 en ’60”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s